Het belangrijkste technieuws van Apples WWDC, Google I/O en Microsoft Build 2019

Ze zijn net achter de rug, de drie grote developer conferenties van Apple, Google en Microsoft. Over WWDC en Google I/O schreven we al verschillende technische artikelen op ons Engineering Blog. In onze recente podcast gaan Q42-experts Michiel, Thijs en Tom dieper in op de vraag, wat de aankondigingen nou eigenlijk betekenen voor jou als organisatie. Check de podcast onderaan of luister ‘m terug via Apple Podcasts, Spotify dan wel een ander ander platform. Hieronder vind je de belangrijkste punten voor bedrijven met iPhone- en Android-apps.

Nieuwe UI frameworks
De grootste gemeenschappelijke deler van de conferenties is dat Apple en Google beide een nieuw UI framework hebben aangekondigd: SwiftUI respectievelijk Jetpack Compose. Deze zullen de komende jaren oude — om niet te zeggen ouderwetse — frameworks vervangen en een nieuwe manier introduceren om de user interface van iOS- en Android-apps te bouwen. Deze ontwikkeling volgt de trend in webframeworks waar dit soort technologie al langer de norm is.

Het voordeel van de nieuwe frameworks is dat native apps opgebouwd worden rondom componenten die eenvoudig hergebruikt en gecombineerd kunnen worden. Hierdoor kunnen mobiele apps veel sneller ontwikkeld gaan worden. Met die onderdelen maken developers namelijk makkelijker een vertaling van een ontwerp naar een werkende app. Zij kunnen dus meer tijd steken in bijvoorbeeld features die een app onderscheidend maken.

Aankondiging van SwiftUI tijdens Apples WWDC 2019

Voor iOS- en Android-ontwikkelaars betekenen deze nieuwe frameworks wel dat ze back to basic moeten om zich deze nieuwe technologie eigen te maken. En voor bedrijven met (native) apps ontstaat er nu een keuzemoment: ga je voor het oude framework of investeer je in het nieuwe? Dat laatste is aan te bevelen als je bijvoorbeeld eind 2019, begin 2020 een native iOS-app wil gaan bouwen die het over vijf jaar nog doet: door Apples SwiftUI als bron te nemen is je iPhone-app toekomstbestendig. Bovendien werkt je app dan ook gelijk op iPad, Apple Watch, Apple TV én Mac. Googles Jetpack Compose bevindt zich daarentegen nu nog in een heel vroeg stadium: het duurt minimaal een jaar voordat er een bètaversie beschikbaar komt.

Als je een bestaande Android- of iOS-app hebt, blijft die gewoon werken en hoef je niet direct actie te ondernemen. Verwachting is dat de uitfasering van de oude frameworks een lange periode zal beslaan. Voor Jetpack Compose is er bovendien een geleidelijke overgang voorzien: de UI kan op de oude manier ontwikkeld worden waarbij kleine componenten stuk voor stuk naar Jetpack Compose gemigreerd kunnen worden, als de tijd daar rijp voor is. Hetzelfde geldt voor SwiftUI: developers kunnen oude UI inkapselen in SwiftUI en andersom SwiftUI inkapselen in oude UI.

Privacy
Een andere gemeenschappelijke deler bij Google I/O en WWDC was privacy. In de nieuwste Android-versie worden privacy-instellingen bijvoorbeeld veel meer naar voren gebracht voor de gebruiker, waaronder het vragen om locatiepermissie. Als je wilt, dat je app niet stuk gaat in Android Q, moet je dit de komende maanden zeker fixen.

Op WWDC 2019 was de grote privacy-aankondiging Sign in with Apple, het alternatief voor inloggen in apps van derden met bijvoorbeeld je Facebook- of Google-account. Waar die laatste twee er met klantgegevens vandoor gaan, belooft Apple niets bij te houden als gebruikers inloggen bij een externe partij.

Voorbeeld van hoe Sign in with Apple werkt

Zij krijgen zelfs de mogelijkheid om hun e-mailadres helemaal te verbergen voor die partij door een vervangend mailadres te genereren dat berichten van het bedrijf doorstuurt naar het echte adres. Voor gebruikers betekent dit dat hun e-mailadres niet meer door een lek in allerlei bestanden terecht kan komen. Voor bedrijven die ‘third-party’ login aanbieden, betekent het dat hun database met e-mailadressen minder waardevol wordt: zij krijgen niet meer het ‘echte’ mailadres van klanten.

Heb je als bedrijf een iPhone-app mét login via bijvoorbeeld social media-kanalen, wees dan voorbereid. Volgens de nieuwe regels van de App Store ben je verplicht om een Sign in with Apple-knop toe te voegen. En als je naast een app ook een website hebt waar mensen via externe partijen kunnen inloggen, moet je Sign in with Apple eveneens op het web aanbieden. Anders kunnen gebruikers die zich eerder met hun Apple ID in je app geregistreerd hebben, niet inloggen op het web. In deze blogpost beschrijft Q’er Jaap, hoe Sign in with Apple technisch geïmplementeerd wordt in je app.

Machine learning
Tot slot was er bij alle drie developer conferenties veel aandacht voor machine learning. Vooral Microsoft stelt z’n tools zoals Azure Cognitive Services meer en meer beschikbaar voor bedrijven. Op die manier kun je makkelijk gebruikmaken van standaard services die werken voor veel usecases. Het is als organisatie dus raadzaam om na te gaan denken over waar je machine learning in kunt zetten in je product.

Wat ons betreft waren dit de belangrijkste aankondigingen van WWDC, Google I/O en Microsoft Build, waarmee je je product kunt onderscheiden.


Wil je meer kennis opdoen over digitale productontwikkeling? Abonneer je op onze Q42 podcast!